Kerk van de toekomst Kerk van de toekomst
18 januari 2020

Meditatie door Theo Hettema n.a.v. Joel 3,1
Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft.
Jullie zonen en dochters zullen profeteren,
oude mensen zullen dromen dromen,
en jongeren zullen visioenen zien.
Joël 3,1

New Wine
Het was de warmste dag van 2019 en het KNMI had Zuidoost Brabant aangewezen als de heetste regio van Nederland. Precies op die dag was is ik daar, in Zuidoost Brabant, om een dagje rond te kijken bij de New Wine-conferentie, een zomerweek van een christelijke organisatie die mensen wil inspireren om geleid door de Geest te werken aan een vitale kerk midden in de wereld.
De locatie, landgoed De Velder in Liempde, leek een dag vol schaduw van eeuwenoude bomen te beloven. Maar om vijfduizend mensen te ontvangen en een programma te bieden was toch echt een groot grasveld nodig, waar de zon genadeloos op brandde. Er waren grote tenten neergezet voor de programma´s: aanbidding, lezingen, workshops, informatiemarkt, kinder- en tienerwerk. Maar de meeste mensen hadden voor overdag wijselijk een strandje opgezocht en zouden pas tegen de avond een programma gaan bezoeken. 
Op de een of andere manier belandde ik in een benauwde tent waar allerlei leiders van landelijke kerken en christelijke organisaties kennis konden maken met New Wine. Hier heb ik gezien dat God mensen verandert, want allerlei gewichtige heren, die ik alleen kende met pak en stropdas, zaten hier met korte broek en shirt de warmte te trotseren. Het was een programma met presentaties en haperende powerpoints, en vol van woorden als ambities, doelstellingen, doelgroepen, transformaties en stappenplannen, zoals dat gaat. 

Zwembad en ijs in de kerk
Eerlijk gezegd sufte ik daar een beetje bij weg, totdat mijn aandacht werd gevraagd voor een groep kinderen, die die ochtend met elkaar hadden geknutseld om uit te beelden hoe zij de kerk van de toekomst zagen. Met kartonnen dozen, lijm en papier hadden ze de prachtigste dingen gemaakt. Zonder uitzondering waren de bouwsels voorzien van een zwembad naast het kerkgebouw, sommige met een geweldige glijbaan vanaf het dak van de kerk (‘Ook handig om te dopen,’ merkte een kind op). Het zal u niet verbazen dat de kerken allemaal ijskraampjes met gratis ijs hadden. De kerkzaal was voorzien van koptelefoons voor wie het niet goed kon verstaan, er waren geweldige kinderruimtes en een grote parkeerplaats voor auto’s, zodat je niet in de regen met de fiets of lopend naar de kerk moest. Er was ook een kringloopwinkel en één groepje had een complete verdieping met appartementen voor vluchtelingen bedacht. 
Al die presentaties ontroerden me. ‘Hier zie ik de kerk van de toekomst’ dacht ik. En dan niet in de kartonnen bouwsels, maar in deze kinderen, die zo goed hadden samengewerkt en zo enthousiast waren over hun ideeën. Ik vond het mooi dat ze hadden gedacht aan voorzieningen voor oudere mensen en dat ze ook dachten aan het opvangen van vluchtelingen of ruimte bieden aan een kringloop. Maar weet u wat ik eigenlijk het mooiste vond? De zwembaden en het ijs. Dát moet de kerk van de toekomst worden, dacht ik. 

Mijn droom
Nou bedoel ik niet dat de kerken voortaan allemaal zwembaden en gratis ijs moeten bieden. Maar ik bedoel dit. Toen ik een kind was, dacht ik vooral bij heet weer: laat de kerk zo kort mogelijk duren, want dan kunnen we daarna nog naar het strand of zwemmen (over ijs eten op zondag zal ik maar helemaal niet hebben). Ik hoopte dus dat de kerk zo min mogelijk plek zou innemen, zodat er ruimte zou komen voor wat ik graag écht wenste. Maar deze kinderen betrekken de kerk bij wat ze verlangen en wensen en hopen dat dat allemaal ín de kerk een plek zal krijgen. Snapt u het verschil? 
Mijn droom van de kerk van de toekomst is, dat je de kinderen of kleinkinderen van school haalt en kunt zeggen: kom, we gaan nog even bij de kerk langs. Dan kan ik wat spullen voor de kringloop afgeven, en we gaan even langs bij het gezin van Abdoel, die in het appartementje woont, en jullie krijgen een ijsje. In de kerk aangekomen sluit je aan bij een kleine viering die gehouden wordt, je blijft even zitten om te luisteren naar het oefenen van de band of het koortje, je helpt ondertussen even koffiekopjes afwassen en voordat je naar huis gaat, steek je een kaarsje aan in de stiltehoek van de kerkzaal. 
Het is allemaal eigenlijk niet zo anders dan wat er nu gebeurt. Maar het is allemaal veel meer opgenomen in het gewone leven en veel opener. De enige regel van de kerk zou eigenlijk moeten zijn: als er licht brandt of de deur openstaat, ben je welkom om binnen te lopen en aan te schuiven bij wat er gebeurt. Dat in de kerk de vraag wordt gesteld wie als laatste het licht uitdoet, zou niet de vraag moeten zijn van een kwijnende groep op zondagmorgen, maar de vraag die elke dag aan het einde van de avond gesteld wordt, als de boel toch écht een keertje dicht moet. Alhoewel, een kerk die 24/7 open is, is ook niet zo’n gek idee… 

Stil
Toen de kinderen hun dromen hadden laten zien, mochten de volwassenen vragen stellen. Zonder uitzondering waren ze vol lof voor de maaksels en ze vroegen geïnteresseerd naar allerlei details. Nadat alle vragen waren beantwoord, mochten de kinderen ook aan de hoge heren van kerkelijk Nederland vragen stellen. Ze wisten eigenlijk niet veel te bedenken, totdat één jongetje de vraag stelde: als jullie dit nou zo’n goed idee vinden, wanneer gaan jullie er dan aan beginnen? 
Morgen! wilde ik roepen. Maar ik hield mijn mond, net als alle anderen en het was stil, beschaamd en beschamend stil. Niemand had behoefte om woorden te laten klinken als: langetermijnvisie, draagvlak creëren, een taakgroep om de praktische implementatie te verkennen, personele bezettingsproblematiek, sociale hygiëne, bestemmingsplan en meerjarenbeleidsplan, woorden die meer sussen en in toom houden dan dromen waarmaken. 
De kinderen gingen weer naar buiten. Zij hoefden niet verder na te denken over de kerk van de toekomst: zij waren de kerk van de toekomst al. En wij, wij gingen weer naar huis. 

Een halfjaar later
Nu is het een half jaar later en het is nog steeds opmerkelijk warm voor de tijd van het jaar. Het is alsof God wil zeggen: aan Mij zal het niet liggen, hoor, als je goed weer zoekt voor je zwembad. 
Elke keer als ik langs de Oase kom, kijk ik stiekem even omhoog of er al aan een glijbaan gebouwd wordt. En wanneer ik naar de Marcuskerk fiets, kijk ik al van ver vooruit of bij het pleintje bij de voordeur een ijskraam staat. 
Dat is allemaal niet het geval. Nóg niet het geval. Want ik ben een gelovig mens en ik geloof in de kerk van de toekomst. Wie gelooft er mee? 

Theo Hettema
 
terug