Niet zien en toch geloven Niet zien en toch geloven
23 april 2019

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ (Johannes 20: 24 – 29)

Toen ik kind was, hoorde ik dit Bijbelgedeelte rond elk Pasen wel een keer voorbij komen. Ik kan me herinneren dat ik regelmatig een soort ongeduld voelde: Zie het nou Tomas! Waarom zou je in je eentje gaan zitten kniezen, terwijl je kunt weten dat Jezus leeft, ze zeggen het toch allemaal. Eigenlijk voel ik dat ongeduld nog steeds wel. 
En tegelijk ben ik Tomas ook wel beter gaan begrijpen. Zelf heb ik niet zoveel moeite om te geloven dat Jezus is opgestaan uit de dood. Maar ik ben me wel steeds meer gaan realiseren dat het een absurde claim is. Opstaan uit de dood, dat is ingaan tegen de meest wrede wetmatigheid op deze wereld, dat alles wat tot leven komt eens weer zal sterven. Desondanks zou ik er zelf veel meer moeite mee hebben om me bij deze wetmatigheid neer te leggen en de zinloosheid te erkennen, dan te geloven in de opstanding van Jezus.

Toch ben ik Tomas wel beter gaan begrijpen. Ik spreek de laatste jaren steeds meer mensen die wel veel moeite hebben met het aannemen van Jezus’ opstanding als een feitelijke gebeurtenis. Buiten de kerk wordt de opstanding van Jezus doorgaans naar het rijk der fabelen verwezen. En als dat niet het verhaal is waarmee je opgegroeid bent, dan is dat best te begrijpen. Ook binnen de kerk zijn er diverse opties om als weldenkend mens in de 21e eeuw te kunnen geloven binnen de christelijke kaders zonder mee te hoeven gaan in een feitelijke lichamelijke opstanding van Jezus. Het heeft me beter laten beseffen hoe bizar het is om in zo’n opstanding te geloven. En dat besef is er niet gekomen zonder dat het van binnen ook wel eens stevig stormt en de twijfel je aanvliegt.

Ook in de privésfeer heb ik afgelopen jaren het nodige meegemaakt, waardoor ik Tomas wel wat beter ben gaan begrijpen. De zogeheten ‘waarom-vragen’ kunnen soms zo cliché lijken, maar als je reden hebt om ze zelf te stellen, dan stel je ze, of ze nu cliché zijn of niet. Ik bedoel dan een vraag als: Waarom doet Jezus niets aan een bepaalde situatie als hij zelfs de dood voor ons verslagen heeft? Het stilzwijgen van God, brengt ook al snel de vraag naar voren of hij dan daadwerkelijk de dood verslagen heeft, opgestaan is uit de dood. Is het stilzwijgen van God, het uitblijven van redding er juist niet het teken van dat we ons vertrouwen stellen in een sprookje? Eerst zien en dan geloven. Zo’n onredelijke gedachte is dat niet, toch? 

Ondanks al die vragen die ik kan hebben, zie ik maar één weg, waar ik vertrouwen in heb. Vertrouwen op het getuigenis van de leerlingen, zoals we dat hebben ontvangen in onze Bijbel. Het getuigenis van Jezus zelf, wat zij mochten doorgeven. Er kunnen er één of twee gehallucineerd hebben, maar niet de hele groep. Het merendeel van hen is vanwege dit ‘sprookje’ ter dood gebracht. Zover hadden ze het niet laten komen als ze er niet van overtuigd waren dat het echt gebeurd was en van onschatbare waarde is. Ik zie uiteindelijk maar één weg waar ik vertrouwen in heb: Mijn Heer, Mijn God!
terug