Meditatie: Mens worden Meditatie: Mens worden
Stem als een zee van mensen
Om mij door mij heen.
Stem van die drenkeling,
Van dat stuk wrakhout,
Dat een mens blijkt
Als hij mij aankijkt.
Liedboek, gez. 828 vers 1
 
Bethel: een veilig godshuis
Sinds eind oktober 2018 wordt mijn leven voor een groot deel bepaald door het kerkasiel in buurt-en-kerkhuis Bethel. Daar verblijft het Armeense gezin Tamrazyan: een vader, een moeder en drie kinderen. Al negen jaar zijn ze in Nederland, gevlucht uit een land waar het voor hen niet veilig is. 
Met een kerkasiel, een veilig verblijf in een kerkgebouw zonder arrestatie omdat de politie tijdens een kerkdienst niet binnenvalt, heeft het gezin Tamrazyan tijdelijk een veilige plek en tijd om opnieuw hun zaak te bepleiten en met hun zaak het verhaal van zo´n vierhonderd kinderen en hun families die in soortgelijke omstandigheden in Nederland vertoeven. 
Als ik dit schrijf is in Bethel al meer dan 1100 uur continu een kerkdienst aan de gang, met de inbreng van meer dan zeshonderd voorgangers en tachtig vrijwilligers. Regelmatig ben ik in Bethel, om voor te gaan of om als kerkganger in de kerk te zitten. Als betrokkene in de organisatie van het kerkasiel kost het me veel tijd en energie, maar het geeft me ook veel. Zo word ik geraakt door allerlei Bijbelteksten en psalmverzen over dag en nacht, over een schuilplaats zoeken, over afhankelijk zijn van God, die stuk voor stuk letterlijk waar worden in de kapelruimte van Bethel. 

Een moderne Madonna
Dat geldt ook voor het bovenstaande lied uit het Liedboek. We hebben het een tijd geleden geoefend voor de kerkdienst. Ik moet regelmatig aan dit lied denken wanneer ik in de kapel zit en kijk naar een kopij van een schilderij van Hans Versteeg, dat voor in de kerkzaal staat. 
Het schilderij, zo griezelig realistisch geschilderd dat het een foto lijkt, beeldt een jonge vrouw uit met haar kind. De vrouw staat met de zee achter zich en een aluminium onderkoelingsdeken om zich heen geslagen, die drenkelingen krijgen op de Griekse eilanden die uit de zee zijn opgepikt.
Zoals ze daar staat met haar kind lijkt ze op een Mariabeeld met het kind Jezus, zoals je dat in veel rooms-katholieke kerken kunt vinden. De schilder lijkt ermee te willen zeggen: in deze jonge vrouw met haar kind kom je Maria en Jezus tegen, net als in Matteüs 25 wordt verteld dat je Jezus tegenkomt in de vreemdeling die je opneemt. Maar met zijn schilderij is de schilder ook kritisch. Want het is triest dat er drenkelingen zijn en verdronkenen en dat we het met onze maatschappij met zo veel kennis en kunde niet aankunnen om een goede regeling voor deze mensen te bedenken. 
De vrouw en het kind kijken indringend, met ogen die meer hebben gezien en meegemaakt dan goed voor hen is. Ze zijn geen getal meer, geen krantenkop of dossier, maar worden mensen, doordat ze mij aankijken en op hun beurt vragen: mens, waar ben je? 

Mens worden
Kerst is het feest dat Gods Zoon mens is geworden om ons tot heil te zijn. Jezus werd geboren, als een klein, kwetsbaar mens. Vanaf zijn kribbe tot aan zijn dood en opstanding heeft hij die kwetsbaarheid uitgehouden en hebben mensen hun kwetsbare levens gekend geweten in hem. Kerst –– feest van Gods menswording. Misschien is Kerst ook wel feest van onze menswording. Het kind in de kribbe kijkt mij aan en vraagt: wil jij ook mens worden, je geraakt weten, je kunnen en je onvermogen inzetten voor mij? 
Ik probeer het antwoord op die vraag te geven in Bethel. Ik ben ervan overtuigd dat u ook een plaats en een tijd hebt om antwoord op die vraag te geven. Dat u er mens van zult worden en de Mensenzoon zult ontmoeten. Gezegend kerstfeest!
terug