Gedicht van de maand

Gedicht van de maand

In de donkere dagen

Mijn God, soms maakt het leven me zo bang,
Soms voel ik mij zo nameloos alleen…
Er is geen mens bij wie ik schuilen kan.
Mijn God, het is zo donker om mij heen!
Is dat Uw stem heer, die ik hoor?
“Vrees niet, Ik ging dit zelfde leven door!
En in het duister der verlatenheid
doorleed ik ook jouw eenzaamheid!”

Maar Heer, het leven maakt me vaak zo moe,
Zo eind’loos moe, dan kan ik haast niet meer,
Wat is de zin van alles wat ik doe?
Ik wéét het niet, ik ben zo bang o Heer!
is dat Uw stem Heer, die ik hoor?
“Vrees niet, ik draag je zelf het leven door,
de raadsels zul je straks verstaan.
Kom nu Mijn Kind, Achter Mij aan!”

Maar Heer, die donk’re oorlogsdreiging dan?
De angst benauwt me keer op keer…
En om de kinderen ben ik zo bang,
hun toekomst is zo angstig donker Heer!
Is dit Uw stem Heer, die ik hoor?
“Wees maar niet bang, Ik ga toch vóór?
in elke pijn, in elk verdriet.
ben ik erbij, heus vrees maar niet!”

Maar Heer, mijn zwarte zonden dan?
Zo vaak heb ik U pijn gedaan…
Ja Heer, dáárvoor ben ik het meeste bang
dat ik eens oog in oog met U zal staan.
Maar ’t is Uw stem Heer, die ik hoor:
“mijn kind, daar stierf ik immers voor!
Kom toch Mijn kind, achter Mij aan,
Want al je schuld is weggegaan!”
Kom dan Mijn kind, hier is Mijn hand
Ik leid je naar het Vaderland!

Dien de Haan
n.a.v. Marcus 15: 33 t/m 39

terug